(20.04.1894 - 26.01.1953)
was born in den Haag, and had lived there throughout his entire life save his student years in Amsterdam. Debuted in 1916 with a book of short poems De Wandelaar (The Wanderer).
Two of his long poems, Awater, 1934 and Het Uux U, 1937 (The Hour H) are without dobut world-class masterpieces.
Ther is a literary prize in Netherlands named after him.
De wolken
Ik droeg nog kleine kleeren, en ik lag
Lang-uit met moeder in de warme hei,
De wolken schoven boven ons voorbij
En moeder vroeg wat 'k in de wolken zag.
En ik riep: Scandinavië, en: eenden,
Daar gaat een dame, schapen met een herder -
De wond'ren werden woord en dreven verder,
Maar 'k zag dat moeder met een glimlach weende.
Toen kwam de tijd dat 'k niet naar boven keek,
Ofschoon de hemel vol van wolken hing,
Ik greep niet naar de vlucht van 't vreemde ding
Dat met zijn schaduw langs mijn leven streek.
- Nu ligt mijn jongen naast mij in de heide
En wijst me wat hij in de wolken ziet,
Nu schrei ik zelf, en zie in het verschiet
De verre wolken waarom moeder schreide -
Wees hier aanwezig, allereerste geest,
die over wateren van aanvang zweeft.
Uw goede oog moet zich dit werk toekeren,
het is gelijk de wereld woest en leeg.
Het wil niet, als geheel een vorige eeuw,
puinhopen zien en zingen van mooi weer,
want zingen is slechts hartstocht van een zweer
en nimmer is, wat ook, ooit puin geweest.
Een eerste steen ligt nauwelijks terneer.
Elk woord vernieuwt de stilte die het breekt.
Al wat geschiedt geschiedt nog voor het eerst.
Geprezen! Noach bouwt, maar geen ark meer,
En Jonas preekt, maar niet te Ninive.
Een geur van hoger honing
verbitterte de bloemen
een geur van hoger honing
verdreef ons uit de woning.
Die geur en een zacht zoemen
in het azuur bevrozen
die geur en een zacht zoemen
een steeds herhaald niet-noemen.
ried ons, ach roekelozen
de tuinen op te geven
riep ons, ach roekelozen
naar raadselige rozen.
Ver van ons volk en leven
zijn wij naar avonturen
Ver van ons volk en leven
jubelend voortgedreven
Niemand kan van nature
zijn hartstocht onderbreken
Niemand kan van nature
In lijve de dood verduren
steeds heviger bezweken
steeds helderder doorschenen
steeds heviger bezweken
naar het ontwijkend teken
stegen wij en verdwenen
ontwoerd ontlijefd ontzworven
stegen wij en verdwenen
als glinsteringen henen.
Het sneeuwt, wij zijn gestorven
huiswaarts omlaag gedwereld
Het sneeuwt, wij zijn gestorven
het sneeuwt tussen de korven.